Recensie uit Parool

Flink doorfietsen maakt de mens blij

Eigenlijk is het al rijkelijk laat. Wil je nog een acceptabel wielerjaar draaien als welwillende amateurfietser dan moeten er eind mei immers al flink wat kilometers zijn gemaakt. Begin je nu pas, dan kun je dit zomerseizoen vergeten. Deze gedachte klinkt zowel klassiek als juist. Het onlangs verschenen boek Ik, de wielrenner toont aan dat het ook behoorlijk onzin kan zijn; het is namelijk nooit te laat om te beginnen, ‘Je kunt prima doorfietsen tot diep in de tachtig.”

Van belang daarbij is het inzicht dat flink doorfietsen de mens blijmoedigheid – lees endorfine – schenkt. En dat je door het zogenaamde ‘sportrusten’ (een honderddagen plan waarmee het boek afsluit; bestaande uit drie keer per week fietsen, dagelijks ademhalingsoefeningen en verantwoordelijke voeding) een gezonder leven kan leiden. Eventueel sportieve winst op anderen volgt dan vast ook nog wel eens.

Auteurs Aart Vierhouten (oud-profwielrenner en inmiddels bondscoach bij de Nederlands junioren) en Koen de Jong (voormalige semiprof en expert op het gebied van ademhaling en gezondheid) lijken zich met het boek ten doel te stellen de gezonde wielrenner in jezelf te leren ontdekken. Dat geldt voor nieuwkomers, maar zeker ook voor diegenen die al enige tijd fietsen. In het laatste geval kan bijvoorbeeld een eventuele verkeerde trainingsaanpak drastisch worden verbeterd.

Behalve de nodige praktische en voorspelbare tips als ‘pomp je banden goed op’ (acht bar), ‘zet je zadel op de juiste hoogte en waterpas’ en ‘drink voldoende water’, wordt ook op een zorgvuldige en heldere manier uitleg gegeven aan het belang van juiste ademhaling. Er worden staatjes getoond, het belang van hartslagmeters uitgelegd, maar het belangrijkste is: door beter te ademen kun je energie sparen. Helemaal als je ook nog de rust/inspanning in balans houdt en gezond eet. “Voor je begint met intensieve trainingen is een goede basis ontzettend belangrijk. Fiets je heel intensief, dan bouw je niets op als je basis niet goed is.”

Het boek geeft bouwstenen voor zo’n goede basis. Soms wordt er iets te veel uitgeld door de auteurs. Toch stoort dat nergens door de aangename toon. Geen beter wetend gezwaai met vingers, of een lollige amicale benadering, maar een serieuze uitnodiging aan de lezer om zijn of haar fietsgedrag zinvol te veranderen. Zo schrijven ze in het deel over voeding: ‘We vragen je niet ons zomaar te geloven. Probeer de tips zelf uit en ervaar wat voor jou werkt en wat niet.’

Ook benadrukken ze, ondanks dus alle mogelijke tabellen in het boek en een uitgebreide uitleg over alle voordelen van het gebruik van hartslagmeters, het belang van je eigen intuïtie. Ter illustratie liet Vierhouten als trainer/coach zijn pupil, profwielrenner Wout Poels, ook juist zonder hartslagmeter trainen.’Poels sputterde eerst nog wat tegen omdat hij zich onthand voelde, maar inmiddels vertrouwt Poels weer op zijn eigen lichaam.’

Wie al enigszins bekend is met goede fietstips weet dat de auteurs met hun raadgeving geen onzin schrijven. Vreemd, en enigszins storen, is de fout die wordt gemaakt bij het inmiddels beroemde jaarlijkse initiatief om geld in te zamelen voor het KWF Kankerbestrijding. Het voor het goede doel beklimmen van de Franse berg heet Alpe d’HuZes, maar wordt in het boek consequent Alpe d’Huez genoemd. Maar verder biedt het boek nuttige informatie voor iedere fietser/ wielrenner op zoek naar houvast. Na het lezen zit je op allerlei manieren steviger in het zadel. En pas je honderddagenprogramma, het zogenaamde sportrusten, daadwerkelijk toe, dan voel je je ook nog eens gezonder.

Geschreven door: Arthur van den Boogaard
Bron: Parool