Fietsbril

Ik de wielrenner - Fietsbril

Ermelo, 1980
Voor mijn 10e verjaardag krijg ik een heuse blauwe Batavus racefiets. Eindelijk heb ik een fiets met een echt krom stuur! Na het urenlang volgen van wedstrijden op televisie, kan ik nu zelf op de pedalen staan. Mijn helden achterna.

Gerrie Knetemann die de strijd aangaat, nadat hij zijn bril nog even vaster op zijn neus drukt. En Jan Raas, die berekenend, slim en uitzonderlijk sterk iedereen het nakijken geeft en solo aankomt. Ik kan niet wachten om het allemaal in praktijk te brengen.

Wat spinazie is voor Popeye, is ‘de bril rechtzetten’ voor mij de kracht om te vliegen over de Veluwse wegen. Even een kort tikje met mijn wijsvinger tegen het montuur. De dynamiek die Raas en De Kneet uitstralen, lijken op mij neer te dalen. Met de armen breed, niet loslaten, vastbijten en meesprinten met de jongens van de Veluwse wielervereniging. Zo wordt het sprintje op het ‘Solletje’ - toen een heuse klim – gewonnen. Gevolgd door een massasprint bij ieder plaatsnaambordje.

Modderspatten, druppels, een korte veeg over het glas en weer door. Zo leerde ik veel van mijn bebrilde krachtpatsers op het tv scherm.

Uit: Ik, de wielrenner

“ De start van Aart Vierhouten was eenvoudig. Zijn ouders Aart en Nel waren lid van de Veluwse Wielervereniging. Ze organiseerden de Ronde van Ermelo en reden vele tourtochten. Aart sloot als tienjarig jongetje aan. Hij wilde prof worden, dat was al snel duidelijk. Jan Raas en Gerrie Knetemann waren zijn grote voorbeelden. Zo’n enorme bril had hij namelijk ook.’’