Euforie! Wat doet het met je?

EUFORIE! WAT DOET HET MET JE?

Uit: Ik, de wielrenner

Voor wielrennen geldt echter ook, te is niet goed. Renners in de Tour kunnen zo diep gaan dat ze van het rusten neerslachtig worden. Dit is vergelijkbaar met het nuttigen van te veel alcohol. Je maakt in een kort moment van euforie al je gelukshormoon op en wordt met een fikse kater wakker. Je kunt je voorstellen dat iemand na een bergetappe in de Tour euforisch onder de douche staat. Naast de fysieke aanmaak van endorfine wordt de euforie nog extra gevoed door pers en publiek. Als je na zes uur fietsen en toegejuicht worden acht uur gaat slapen, dan is het niet gek dat je somber wakker wordt.

Door wat vaker en wat harder te fietsen verbetert je stemming en je krijgt er energie van. Dit gaat echter niet eindeloos door. Er komt een punt dat je door hardere training een betere wielrenner wordt, maar een vermoeide werknemer en futloze ouder. Je kunt te intensief en te veel wielrennen waardoor het averechts gaat werken.